|
KANGCHENJUNGA
TREKKING
Het
Kanchenjunga gebied
Oost-Nepal wordt gedomineerd door de Kangchenjunga, met zijn 8.586m de
derde hoogste berg ter wereld. Zijn naam is Tibetaans en betekent "de
vijf grote schatten van de sneeuw". Schrijlings gezeten op de Nepalese
oostgrens steekt hij torenhoog uit boven Sikim en is vanhieruit duidelijk
waarneembaar. Gezien in het koloniale tijdperk van India, Darjeeling de
zomerverblijplaats was van de Engelse machthebbers was deze berg over
honderd jaar één van de meest gekende. Er is zelfs een tijd
geweest dat men dacht dat hij de hoogste berg ter wereld was. Klimmers
bereikten in 1955 de top van de Kangchenjunga maar slechte weersomstandigheden
en veelvuldige lawines hebben het in het verleden voor de volgende expedities
erg moeilijk gemaakt.
Zoals het Dolpo-gebied was dit gebied tot 1989 een verboden gebied voor
trekkers. De bedoeling was deze streek zowel op cultureel als op ecologisch
vlak te beschermen tegen westerse invloeden.
Het is en blijft in ieder geval een erg moeilijk te bereiken gebied.
Ofwel gaat men met de bus tot Dhankuta, wat een erg vermoeiende 22 uren
durende busrit is of men vliegt naar Taplejung.
Vanaf dit dorp gaat de tocht in noordoostelijke richting door een aantal
landbouwdorpen die bewoond worden door Rai's en Limbu's. Naargelang men
hogerop klimt zijn het Tibetaanse- en Sherpaherders die hun yakkudden
laten grazen op de alpenweiden.
Eén van de merkwaardigste hoogtepunten van de trekking zijn de
prachtige vergezichten op de immense besneeuwde bergtoppen die gans de
tocht domineren. Maar het hoogtepunt is zonder twijfel de confrontatie
met de Kangchenjunga- en de Yalung gletsjer die hun oorsprong vinden op
de flanken van de Kangchenjunga.
Kaart:

begin
Data
en Prijs : Zie overzicht richtprijzen
De vertrek- en retourdatum kan je zelf bepalen daarna maken we een offerte rekening houdend met de duur van de tocht en het aantal deelnemers
Moeilijkheidsgraad:
Zie ook info moeilijkheidsgraad
Vliegtuigmaatschappijen
: Qatar Airways of Gulfair
Dag
tot dag beschrijving
Heen-
en Terugreis
Gezien de vliegtuigmaatschappijen hun vluchturen en vliegschemas al eens
durven wijzigen geven we alleen een beschrijving van de trektocht. Voor
iedere reis voorzien we echter één of meerdere dagen in
Kathmandu die voor ons nodig zijn om sommige administratieve zaken af
te handelen maar die door de reiziger kunnen gebruikt worden om de bezienswaardigheden
van de Kathmandu-vallei te ontdekken.
DAG
01 -
Kathmandu (1.400m) Ð Suketar (2.300m) - Mitlung (930m)
Een spectaculaire vlucht brengt ons naar de landingspiste van Sukutar.
De vlucht duurt 1,5 uur. De landingingspiste ligt op een heuvelrug in
het dorpje Suketar dat gelegen is boven Taplejung, naam die meestal gebruikt
wordt om de landingsplaats aan te duiden. De hoofdsherpa of Sirdar zal
na de landing de verschillende lasten verdelen onder de dragers. Dit neemt
wel een tijdje in beslag en gaat meestal gepaart met heel wat palavers.
Na de verdeling van de lasten daalt heel de caravaan af richting Taplejung.(1.824m)
Van Taplejung.(1.824m) gaat het verder bergafwaarts richting van de Tamur,
rivier die ontstaat uit het smeltwater van de verschillende gletsjers
gelegen ten westen van het Kanchenjunga-massief. De afdaling is soms erg
moeilijk wegens de drassigheid van de paden. Onderweg wordt er geluncht.
De tocht gaat afwisselend door de jungle en rijstvelden. In de late namiddag
bereiken we na een afdaling van +/- 1.370m Mitlung (930m).
DAG
02 -
Mitlung (930m) Ð Chirwa (1.270m)
Na een stevig ontbijt volgen we nu de de oostelijke oevers van de Tamur.
Deze rivier is ook erg geschikt voor een 6 daagse rivierafvaart. Meestal
wordt er gestart in Dhoban een aantal uren lopen van Taplejung. Na een
uurtje stappen komen we voorbij het schooltje van Sinwa. De meest geschikte
plaats om te lunchen is tussen Sinwa en Tawa en natuurlijk aan de boorden
van de Tamur. Na de luch trekken we opnieuw door de jungle die wordt onderbroken
door een enorme aardverschuiving met de bruisende Tamur aan je voeten.
In de late namiddag komen we in Chirwa (1.270m) en klein dorpje met enkele
huisjes. Ten noorden van het dorpje zijn er een aantal rotsblokken
DAG
03 -
Chirwa (1.270m) Ð Sakathum (1.598)
We volgen voor de laatste dag de oostelijke oever van de Tamur. Door
de rhododendronbossen trekken we verder langs een meestal op- en neergaande
weg. Na een drietal uren bereiken we het plaatsje Helok (1.520 m.) gelegen
bij de samenvloei¥ng van de Tamur en de Simbua Khola. Inplaats van de
Tamur te volgen die ons via de Walungchung-vallei in noordelijke richting
naar Tibet zou leiden steken we de brug over de Simbua Khola over, en
draaien noordoost, de smalle Glunsa Khola-vallei in. Een klein halfuurtje
na Helok arriveren we in Sakathum (1.598 m) en stellen ons kamp op niet
ver van de Ghunsa Khola, unieke gelegenheid om een fris bad te nemen.
DAG
04 -
Sakathum (1.598) Ð Amjilhassa (2.495m)
We volgen de noorddelijke oever van de Gunsa Khola. Van bij de start
klimmen we een honderdtal meter om terug af te dalen naar de boorden van
de rivier die we gedurend +/- 1 km volgen. Dan begint de eigenlijke klim,
onderweg passeren we een waterval en het dorpje Ghaiya Bari, de rivier
ligt nu al diep onder ons en slingert zich als een zilver lint door de
vallei. Na uren klimmen bereiken we uiteindelijk een kleine pas op een
hoogte van 2.530m. We dalen terug een dertigtal meters en komen in het
dorpje Amjilhassa (2.495m) met een paar primitieve huisjes in Tibetaanse
stijl.
DAG
05 -
Amjilhassa (2.495m) Ð Kyapra (2.700m)
Na Amjilhassa (2.495m) gaat het een 100-tal meter omhoog, we trekken
door rhododendron- en eikebossen afgewisseld met grote bamboestruiken.
Af en toe krijgen we een glimp van het zuidwestelijk gedeelte van het
Kanchenjunga-massief te zien. Zoals meestal in de Himalaya gaat de weg
op en neer en we komen voorbij verschillende watervallen en groene weiden.
Achter een brede waterval die neerstort in de Gunsa Khola start een steile
weg naar onze kampplaats Kyapra (2.700m), door de Tibetanen ook wel Chapla
of Gyable genoemd. De bewoners van het plaatsje zijn meestal Tibetaanse
vluchtelingen.
DAG
06 -
Kyapra (2.700m) Ð Ghunsa (3.430m)
Na Kyapla volgen we verder de Ghunsa Khola, het gaat bijna ononderbroken
door rhododendronbossen langs. Na een aantal uren stappen breiken we Phere
(3.154 m.), een pittoresk Tibetaans dorpje met twee gompas, deze zijn
versiert met enkele mooie thangka's. De inwoners zijn alle Tibetaanse
vluchtelingen, die voornamelijk leven van de opbrengst van hun yaks. Na
nog een aantal uren stijgen langs de Ghunsa Khola en door de rhododendrons
komen we in Ghunsa (3.430 m). Ghunsa betekent "Winter verblijf". De huizen
bevinden zich aan de zuidkant van de rivier en zijn allen versiert met
veelkleurige gebedsvlaggen. Ghunsa is naar plaatselijke normen een groot
dorp dat ca. 50 Tibetaanse huizen telt, ook hier vooral bewoond door vluchtelingen.
Er is ook een politiepost. Aan de ingang van het dorp wandelen we onder
een chorten in de vorm van een poort met aan de binnenzijde erg mooie
muur- en plafondschilderingen. Even verder aan de westelijke zijde van
de Ghunsa Khola ligt een gompa.
DAG
07 -
Ghunsa (3.430m) Ð acclimatisatiedag
We zijn nu stilaan gekomen op een hoogte waar het echt nodig wordt om
ons lichaam de tijd te geven zich aan te passen aan de hoogte. De ideale
manier is een verkenningstocht te ondernemen in de richting van de Lapsang
La en wel naar een meertje aan de voet van de Yamatari gletsjer ten zuiden
van Ghunsa. De boeren van Ghunsa drijven iedere zomer hun yaks over de
Mirgin La naar de hogergelegen weiden van de zuidelijke flank van de Kanchenjunga.
In de winter keren de kuddes terug naar Phere.
DAG
08 -
Ghunsa (3.430m) Ð Kambachen (4.113m)
We verlaten het dorp en trekken verder via de oostelijke oever van de
Ghunsa Khola. Het pad loopt een hele tijd door het rhododendronwoud dat
zelfs op deze hoogte nog gedijt. Na flink wat stappen steken we de Ghunsa
Khola over en komen we in Rambuk Kharka. In het noorden zien we reeds
de morenen van de Jannu-gletsjer. De weg gaat continu zachtjes omhoog,
en een beetje voorbij Rambuk Kharka krijg je een adembenemend zicht op
de zuidwestflank van de Jannu (7.710 m.). Meer noordelijk wordt de Sharphu
(7.070 m.) zichtbaar. Het duurt nu niet lang meer voor we in Kambachen
(4.113 m.) toekomen. Het is een typisch Tibetaans dorpje met een twaalftal
huizen en een schitterend zicht op Jannu en Sharphu.
DAG
09
- Kambachen (4.113m) Ð Lhonak (4.701m)
Vandaag klimmen we weer een 600 tal meter hoger. Even na Kambachen wordt
de besneeuwde top van de Merra Peak (6.335 m) zichtbaar. In de buurt van
Ramthang (4.412m) duikt dan weer de besneeuwde top van de Ramthang Peak
(6.700 m.) voor ons op. Naargelang we stijgen trekt de vallei open, tal
van sneeuwpieken en de Kangchenjunga-gletsjer worden nu zichtbaar. Het
smeltwater van de Kangchenjunga- en de vele andere gletsjers in de buurt
bevoorraden de Ghunsa Khola die op zich de Tamur bevoorraad. Een tweetal
uur na Ramthang komen we in Lhonak (4.700 m.), Lhonak bevindt zich bij
een uitgedroogd meer. Een zanderig plateau bedekt met grote rotsblokken
die bescherming geven tegen de soms hevige wind. Water is erg moeilijk
te vinden. Waar men ook kijkt wordt men overdonderd door de met sneeuw
bedekte bergreuzen, een plaats om niet te vergeten.
DAG
10
- Lhonak (4.701m) - Pang Pema (5.140m) - Lhonak (4.701m)
Voor zij die rust nodig hebben is het tijd om een dagje uit te blazen.
De moedigen of zij die persë de top van de Kanchenjunga willen zien moeten
nog 400 meter hogerop tot het basiskamp van de achtduizender.De klim is
zeker de moeite waard, de hoofdpeak van de Kanchenjunga (8.598m) en de
talrijken kleinere pieken zoals de Tent Peak (7.365m), de Nepal Peak (7.168m)
en de Twins (7.350m) vormen ëën van de grootste rotsmassaÌs ter wereld.
De overnachting gebeurd weer in Lhonak.
DAG
11-12 -
Lhonak (4.701m) Ð Kambachen (4.113m) - Ghunsa (3.430m
Na het overweldigend spectakel van de vorige dagen dalen we terug af
naar Ghunsa. Ghunsa betekent eigenlijk "Winter verblijf", het dorp blijkt
stilaan de toeristische toer op te gaan want men vind er al enkele winkeltjes
en een lodge. Een verkwikkende nacht zal ons deugd doen want de volgende
dag wacht ons weer een zware inspanning.
DAG
13 -
Ghunsa (3.430m) Ð Lumba Sumba Kharka (4.165m)
Opmerking: vanuit Ghunsa heeft men twee mogelijkheden om over te steken
naar de vallei van de Simbua rivier. Ofwel kiest men de weg die loopt
over de Tamo La (3.900m), Sinion La (4.660m), Mirgin La (4.660m), plus
nog enkele passen zonder naam ofwel kiest men voor de hogere Lapsang La
(5.140m). De weersomstandigheden en de conditie van de groep zullen bepalend
zijn voor de keuze. Laten we er vanuit gaan dat zowel de conditie en het
weer meezit zodat we voor de eerste keuze opteren dan volgt hier de verdere
beschrijving van de tocht. Van Ghunsa gaat het nu in zuidwestelijke richting.
De weg begint bij een schooltje en klimt omhoog door een rhododendronwoud.
Indien we vroeg genoeg vertrekken kunnen we de zon zien opstijgen tussen
de met slierten mos begroeide bomen. Een gletsjerriviertje is altijd een
geschikte plaats om een lunchpauze te nemen. Na de luch volgen we de morenen
van de Yamatari gletsjer die we verlaten om wat verder ons kamp op te
slaan in Lum Sumba Kharka (4.165m). In de zomer komen de boeren naar hier
om hun yaks te laten grazen vandaar het woord "Kharka" wat graasland betekent.
Lum Sumba Kharka ligt aan de voet van de Labsang-La (5.140m).
DAG
14 -
Lumba Sumba Kharka (4.165m) - Labsang-La (5.140m) - Labsang (4.430)
Vandaag wordt er vroeg opgestaan, een zware pasovergang ligt op ons te
wachten. Van een weg is er niet veel te zien. De steile helling bezaait
met steengruis maakt stappen erg moeilijk maar we moeten erover. De opkomende
zon zal de inspanning zeker verlichten maar toch blijft het zeer zwaar.
De nabijgelegen Boktoh domineert met zijn 6.142m gans de omgeving. Na
een aantal uren klimmen ontwaren we in de verte een kleine witbeklede
driehoek dit is de pas. Eens op de pas wordt er een korte rustpauze gehouden
om even op adem te komen maar zeker ook om met bewonderende blikken te
kijken naar de Yalunggletsjer die in de diepte voor ons langzaam zijn
weg zoekt naar beneden. Veel rust wordt ons niet gegunt want het is nog
de bedoeling om af te dalen naar Labsang (4.430). We zullen onze tenten
opslaan bij een klein meertje in de buurt van Labsang.
DAG
15
- Labsang (4.430)Ð Ramze (4.483m)
Om wat te bekomen van de zware inspanningen van de vorige dag wordt het
een makkie vandaag. We trekken naar Ramze plaatsje bij een meer. De ganse
omgeving wordt gedomineert door de Rathong Peak (6.678m), de South Peak
(7.317m) en de Kabru (7.38m) allen gelegen op de Indisch-Nepalese grens.
In Ranze staan twee stenen bouwsels die waarschijnlijk door de herders
gebruikt worden als schuilhut.
DAG
16 -
Ramze (4.483m) - Oktang (4.800m) Ð Ramze (4.483m)
De mensen die nog over genoeg energie beschikken kunnen nog een stuk
hoger trekken naar Oktang waar men o.a. een prachtig zicht heeft op de
zuidkant van de Kanchenjunga. Men kan ook deze dag gebruiken om even op
adem te komen na de toch inspannende voorbije dagen.
DAG 17 - Ramze
(4.483m) Ð Tseram (3.870m)
Vandaag dalen we een 600-tal meters. We komen terug voorbij het meertje
van Lasang en volgen verder de loop van de Simbua Khola (Khola=rivier)
die ontspringt op de Yalung gletsjer. Aan de begroei¥ng is het te merken
dat we terug onder de boomgrens komen die hier rond de 4.000 meter ligt.
Ook de bergreuzen worden kleiner wat ook een duidelijk teken is dat we
afdalen. Tseram is een groot vlak grasland dat door de Yakherders van
Ghunsa wordt gebruikt nadat ze in de zomer de Milgin pas hebben overgestoken.
DAG 18 - Tseram
(3.870m) Ð Tangse Tang (3.080m)
We volgen verder de loop van de Simbua Khola. Het pad is soms erg moeilijk,
soms zitten we hoog in de bergflank om dan weer af te dalen naar de rivieroever.
We zijn nu weer volop onder de boomgrens en het pad loopt dwars door een
bos. Onze kampplaats wordt Tangse Tang (3.080m) en plaatsje midden in
het bos zonder een enkel huis maar met voldoende water om te koken.
DAG
19
- Tangse Tang (3.080m) Ð Yamphudin (1.670m)
Intussen hebben we de de Simbua Khola verlaten en wordt het weer stijgen
over de Lamite Bhajyang (3.410m) en de lagergelegen Dhupi Bhanjyang (2.540m).
Voor we de klim over de Dhupi Bhanjyang steken we de Omje Khola over.op
een hoogte van 2.340m. Het bospad is door regen en vochtigheid soms erg
glad. Naargelang we Yanphudin (1.670m) naderen komen we terug in de bewoonde
wereld. We trekken door gerst- en korenvelden. Yamphudin (1.670m) ligt
op de samenloop van de Omje en Kabeli Khola. De bevolking bestaat uit
Sherpas, Limbus, Rais en Gurungs. Buiten de graan- en rijstvelden heeft
het dorp een school een politiepost en enkele winkeltjes. De moesson van
1989 bracht veel schade aan het dorp, een groot deel van de huizen en
velden werden gewoon weggespoeld.
DAG
20 -
Yamphudin (1.670m) Ð Mamankhe (1.810m)
Er staat ons vandaag weer een lichte klim te wachten. Traditioneel is
het pad weer belegd met kasseien. Ook nu loopt regelmatig overvloedig
water over de weg. De klim wordt alsmaar grimmiger en regelmatige rustpauzes
zijn dan een welgekomen afwisseling. Langs deze kant van de pas zijn de
panorama's gans anders dan van de vorige dag voor de pas. Wij doorkruisen
nu brede valleien en op de hoge hellingen zijn uitgestrekte terrassen
aangelegd. Wanneer we in de late herfst door deze streek trekken is de
oogst meestal binnengehaald en ligt het graan over de terrasranden in
brede bussels te drogen in de rijke zon. Ook de huizen zijn gans anders.
Hier kan men tenminste van een huis spreken. Ze zijn mooi in kleur geschilderd
en proper, met een open veranda langs de voordeur en een keurige propere
en ver-harde zandkoer waarop granen worden gewant en gedroogd. Ook zijn
de huizen meestal versierd met allerhande mooie bloeiende bloemen zoals
geraniums, cactussen, sedums... Na de luchpauze gaat het terug even naar
omhoog. Na een tijdje zien we Mamankhe (1.810m) al luieren tegen de helling
terwijl de Kabeli Khola zijn weg zoekt tussen de velden. Mamankhe is een
voorspoedig Limbo dorp met verschillende theeshops, winkeltjes en een
grote school.
DAG
21 -
Mamankhe (1.810m) Ð Khesewa (2.000m)
En weer gaat het pad goed omhoog. De Kabeli Khola beneden ons wordt alsmaar
smaller en smaller. Via een hangbrug over de Kasshawa Khola en langs een
ruw gekasseid pad bereiken we al vlug Ponpe Dhara. Een zeer mooi dorpje
op een heuvel gelegen en bestaande uit vier huizen. We lopen verder naar
Anpang niet zo ver van Ponpe Dhara gele-gen. We zijn overal omringt door
terrasvelden die over de hellingen ver-spreid zijn. Het Kabelidal is hier
wijd en biedt prachtige panorama's. De rijstvelden zijn leeggeoogst en
staan veelal onder water. Dit is nodig om gemakkelijker te kunnen ploegen.
Buiten de gierst en boontjes vinden we hier een overvloed van prachtige
bloemen zoals de cana's, kerstrozen, aga-ven, bougainvillea en buddleia.
In de buurt van Anpang is er een lunchpauze. In de verte zien we Fun Fun
al liggen, zachtjes verscholen in het groen. Via Loppoding gaat het nog
even omhoog naar Khesewa (2.000m) waar we onze tenten zullen opslaan.
DAG
22 -
Khesewa (2.000m) Ð Lali Kharka (2.200m)
Van Khesewa (2.000m) dalen we in de richting van Khunjari een Limbo-dorp
gelegen op 1.700m. Het gaat verder naar beneden richting Phawa Khola,
de brug ligt op 1.430m wat betekend dat we terug een 600-tal meter moeten
klimmen tot Lali Kharka (2.200m). Lali Kharka bestaat enkel uit twee huizen
maar is een mooie plek om te overnachten.
DAG
23 -
Lali Kharka (2.200m) Ð Suketar (2.300m)
In een paar uur stappen zijn we terug in Sukutar, plaats die we over
22 dagen hebben verlaten voor een uitzonderlijke tocht. Zoals gebruikelijk
zullen de SherpaÌs de vrije namiddag gebruiken om een gastronomisch avondmaal
klaar te maken. Wanneer het blauwe zeildoek wordt opengespreid weten we
dat het tijd is om onze meegebrachte kledij of overgebleven snoep boven
te halen. Alles wordt keurig door de Sirdar (hoofdgids) in evenredige
hoopjes verdeeld en verloot onder de SherpaÌs en dragers.
DAG 24 -
Suketare (2.493m) Ð Kathmandu (1.400m)
Ne een vlucht van +/- 90 minuten staan we terug in Kathmandu en wacht
ons een verkwikkend stortbad.
begin
|